| Selectie | Groothandel in hooi en ruwvoeder | Groothandel in overige akkerbouw |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 190 | 165 |
| Meer dan één werkzaam persoon (totaal min solo) | 75 | 50 |
| 2–4 werkzame personen | 55 | 35 |
| 5–9 werkzame personen | 10 | 10 |
| 10 of meer werkzame personen (som klassen) | 10 | 10 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Werk van een brede markt naar een specifieke groepsgrootte
Gebruik je alle bedrijven met meer dan één werkzaam persoon, dan levert totaal minus solo circa 75 op voor groothandel in hooi en ruwvoeder. Beperk je het tot twee tot en met vier personen, dan tel je de categorieën van twee en van drie of vier bij elkaar. Het resultaat is circa 55. Voor bedrijven met minstens tien werkzame personen tellen de vier grootste klassen samen bij benadering 10. Elk getal past bij een ander gesprek. Voor begeleiding van een artikel dat retour komt bij een duo kan het nodig zijn dat beide personen beschikbaar zijn. Een grotere organisatie kan zo’n taak bij een aparte functie neerleggen.
Wat verandert wanneer je dezelfde doelgroep elders zoekt?
Bij groothandel in overige akkerbouw levert de telling 50 bedrijven met meer dan één persoon en 10 met ten minste tien personen op. Die laatste categorie is ongeveer 6,1% van de tweede branche. Bij groothandel in hooi en ruwvoeder gaat het om circa 5,3%. Bespreek met een mogelijke gebruiker wie de overdracht daadwerkelijk organiseert. Als meerdere vestigingen één planner delen, blijven het voor de verkoop mogelijk één beslissing en één contactpersoon. Het bedrijfsaantal van 190 is daarom geen lijst beschikbare kopers of franchisenemers.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij groothandel in hooi en ruwvoeder?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met minstens tien werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 46 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van groothandel in hooi en ruwvoeder (5,3%), het hoogste voor groothandel in zaden (16,7%). Van de 5 vergelijkingsbranches komt geen onder 5,3%. Zelfs groothandel in overige akkerbouw ligt met 6,1% op of boven het meetpunt voor groothandel in hooi en ruwvoeder. Ook qua omvang ligt groothandel in overige akkerbouw het dichtst bij groothandel in hooi en ruwvoeder, met 165 tegenover 190 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 46213 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 7,9% naar 10,3%. Over één jaar is het verschil +2,4 procentpunt, of gemiddeld +2,4 procentpunt per jaar. Bij groothandel in overige akkerbouw ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 6,3% naar 6,1%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -5 bedrijven. De telling van bedrijven met minstens tien werkzame personen verschoof tegelijkertijd met -5. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 7,7% naar 5,3%.
Als je bij groothandel in hooi en ruwvoeder een dienst voor planners test, vraag dan wie bij een klant die tijdens het afleveren terugbelt de knoop doorhakt. Een grotere ploeg in groothandel in overige akkerbouw kan de planning centraal laten doen. Registreer bij het eerste gesprek of de aankoopbeslissing op locatie valt. Een tweede verkooppunt van hetzelfde bedrijf verhoogt dan het aantal mogelijke gebruikers zonder dat je vanzelf een tweede opdrachtgever hebt.




