| Selectie | Sportvelden | Zwem- en onderwatersport |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 120 | 105 |
| Meer dan één werkzaam persoon (totaal min solo) | 25 | 20 |
| 2–4 werkzame personen | 10 | 15 |
| 5–9 werkzame personen | 5 | 5 |
| 10 of meer werkzame personen (som klassen) | 5 | 0 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Werk van een brede markt naar een specifieke groepsgrootte
Gebruik je alle bedrijven met meer dan één werkzaam persoon, dan levert totaal minus solo circa 25 op voor sportvelden. Beperk je het tot twee tot en met vier personen, dan tel je de categorieën van twee en van drie of vier bij elkaar. Het resultaat is circa 10. Voor bedrijven met minstens tien werkzame personen tellen de vier grootste klassen samen bij benadering 5. Elk getal past bij een ander gesprek. Voor begeleiding van een gewijzigd programma bij een duo kan het nodig zijn dat beide personen beschikbaar zijn. Een grotere organisatie kan zo’n taak bij een aparte functie neerleggen.
Wat verandert wanneer je dezelfde doelgroep elders zoekt?
Bij zwem- en onderwatersport levert de telling 20 bedrijven met meer dan één persoon en 0 met ten minste tien personen op. Die laatste categorie is ongeveer 0% van de tweede branche. Bij sportvelden gaat het om circa 4,2%. Bespreek met een mogelijke gebruiker wie de overdracht daadwerkelijk organiseert. Als meerdere vestigingen één planner delen, blijven het voor de verkoop mogelijk één beslissing en één contactpersoon. Het bedrijfsaantal van 120 is daarom geen lijst beschikbare kopers of franchisenemers.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sportvelden?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met minstens tien werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van individuele zaalsport (0%), het hoogste voor zwembaden (25,6%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 4,2% en bij 1 hoger. Met 1,6% komt veldsport in teams (geen voetbal) het meest in de buurt van sportvelden. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij zwem- en onderwatersport met 105 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is veldsport in teams (geen voetbal) met 1,6% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 93113 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 0% naar 8%. Over één jaar is het verschil +8 procentpunt, of gemiddeld +8 procentpunt per jaar. Bij zwem- en onderwatersport ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0% naar 0%. De telling van bedrijven met minstens tien werkzame personen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 5. Tegelijk ging het totaal van 120 naar 120. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Als je bij sportvelden een dienst voor planners test, vraag dan wie bij een activiteit waarvoor plotseling minder ruimte beschikbaar is de knoop doorhakt. Een grotere ploeg in veldsport in teams (geen voetbal) kan de planning centraal laten doen. Registreer bij het eerste gesprek of de aankoopbeslissing op locatie valt. Een tweede verkooppunt van hetzelfde bedrijf verhoogt dan het aantal mogelijke gebruikers zonder dat je vanzelf een tweede opdrachtgever hebt.



